Je knipperlicht gaat naar links. Je rijdt van het asfalt over het grind en ineens is er… niets.
Geen asfalt, geen stroomkabels, geen hekken, geen bordjes. Alleen glooiende grond, twee stampende motoren, een kudde onverstoorbare kamelen die je nakijken en een eindeloze blauwe horizon die doorloopt tot aan de Gobi.
Zo begonnen Mariella en haar partner Philipp aan hun motorexpeditie van twee weken door Mongolië. Ze droomden van galopperende wilde paarden, eindeloze zandduinen en pure offroadvrijheid. Maar die droom botste al snel met de realiteit van reizen in een afgelegen land: brandstoftekorten, doorbrandende zekeringen die met een stukje draad werden gerepareerd, kevers die uit het plafond vielen en een flinke test voor je mindset en zelfvertrouwen.

Als het in de wildernis anders loopt dan gepland, begint de échte reis pas. We spraken met Mariella over woestijnstof, over leren vertrouwen op je gevoel als de paden diep worden en over waarom linksaf het asfalt af alles verandert.
Als je dit verhaal met één scene uit Mongolië zou openen, welke is dat en waarom?
Mariella: Het knipperlicht gaat naar links. We slaan van het asfalt af het grind op en daarna op niets anders meer dan kale aarde. Ineens is er helemaal geen weg meer. Voor ons ligt de woestijn, zo ver je kunt kijken. Geen huizen. Geen stroomkabels. Geen enkel bord. Alleen wij, het geronk van onze motoren, de eindeloze ruimte en een kudde kamelen die ons nakijkt.
We reden recht op die enorme blauwe lucht af, zonder enig idee hoe het landschap er een paar meter verderop uit zou zien.
Dat moment vat samen hoe Mongolië voor ons voelde: een geweldig gevoel van vrijheid, de spanning van het onbekende en het besef dat je hier nooit weet wat er achter de volgende bocht ligt. Als er al een bocht is.
Hoe voelde Mongolië op dag één? Wat zag, hoorde en rook je?
Mariella: Onze eerste kennismaking was om half vijf 's ochtends, in een taxi van het vliegveld naar het hotel. Ik weet nog dat ik uit het raam staarde en probeerde alles in me op te nemen: groene heuvels, de eerste traditionele gers en Mongoolse muziek op de radio. Naarmate we Ulaanbaatar naderden, veranderde het landschap opeens in wolkenkrabbers en reusachtige standbeelden van Genghis Khan.
Maar als je me vraagt hoe Mongolië ruikt, denk ik meteen aan het moment dat we de stad achter ons lieten en de wildernis in reden. Er hing een intense, wilde geur in de lucht: kruidig, bloemig en een beetje aards. Ik had nog nooit zoiets geroken en het paste perfect bij het landschap.

Hoe zag de droomversie van deze reis eruit tijdens de planning?
Mariella: Ik had een heerlijk romantisch beeld in mijn hoofd: over eindeloze vlaktes rijden, met wilde paarden die naast me galopperen en een prachtige adelaar boven me. Pure, wijde ruimte.
Mijn partner Philipp zag het iets anders. Hij wilde twee weken puur rijden, waarbij je, anders dan in Europa, niet hoeft te zoeken naar legale offroadroutes. In Mongolië is het precies andersom: met een beetje geluk kom je nu en dan een verharde weg tegen! Door de zandduinen rijden was al jaren zijn droom en in de Gobi kreeg hij eindelijk de kans.
En de geplande route?
Mariella: Een rondrit van twee weken, van en naar Ulaanbaatar. We wilden naar het zuiden de Gobi in, een bocht naar het westen maken en dan via compleet ander terrein terug naar het noorden. Langs indrukwekkende rotsformaties, witte kliffen, diepe kloven, enorme duinen, eeuwenoude kloosters, het vulkanische landschap van de Orkhon-vallei, warmwaterbronnen en bergmeren.

Wanneer werd brandstof van een praktisch detail een echt probleem?
Mariella: Voor we aankwamen hadden we niets gehoord over een brandstoftekort. Maar tijdens die eerste taxirit bij zonsopgang zag Philipp lange rijen bij elk tankstation. Toen we onze huurmotoren ophaalden, bevestigde de verhuurder het: we kregen twee extra jerrycans mee en het advies om een hevelslang te kopen, zodat we in een noodgeval langsrijdende voertuigen om brandstof konden vragen. Ze waarschuwden ook dat tankstations geen jerrycans meer vulden.
We probeerden optimistisch te blijven: zo erg zou het toch niet zijn?
Dat optimisme was snel weg toen we Ulaanbaatar uit reden, langs rijen bij tankstations van kilometers lang. Toen de eerste drie stations die we bereikten helemaal leeg waren, drong de realiteit hard tot ons door.
Beschrijf het moment waarop duidelijk werd dat je niet op twee wielen verder kon.
Mariella: Dat was aan het einde van onze Gobi-lus, bij een gerkamp vlak bij de duinen van Khongoryn Els. Onze reservejerrycans waren leeg, de tanks van de motoren bijna ook en onze gastheer belde uren lang met dorpen langs onze route. Het enige wat hij kon bevestigen: nergens verderop was benzine.
We herinnerden ons een Australiër en een Belg die we in Dalanzadgad hadden ontmoet. Zij reisden met de auto en waren totaal ontspannen: "Wij hebben een diesel. Geen probleem, wij slaan de rijen gewoon over."
We belden onze verhuurder om te vragen of we konden wisselen naar een diesel 4x4. Doorrijden op de motoren was onmogelijk zonder dat we in de woestijn zouden stranden. We moesten terug.
Omkeren voelde alsof we opgaven voordat we alles hadden meegemaakt waar we van hadden gedroomd. Ik was gefrustreerd, teleurgesteld en had het gevoel dat we hadden gefaald. Eén gedachte bleef maar door mijn hoofd gaan: Challenge not accomplished. Het klinkt nu dom, want het was de enige verstandige keuze. Maar op dat moment voelde het alsof Mongolië ons uitdaagde en wij ervandoor gingen.

Hoe was het om van stuur naar vier wielen over te stappen? Wat verloor je en wat kreeg je ervoor terug?
Mariella: We waren vooral opgelucht dat we weer verder konden. Als paarden of yaks onze enige optie waren geweest, waren we er waarschijnlijk op gesprongen!
Een auto heeft duidelijke voordelen: je gooit je spullen achterin zonder te hoeven puzzelen met inpakken en je kunt zoveel boodschappen meenemen als je wilt. Maar het rauwe gevoel van vrijheid misten we meteen. Op een motor rijd je niet alleen door een landschap, je zit er middenin. Je voelt de temperatuur dalen, ruikt de aarde en ervaart intens hoe groot de wereld is.
En het grappige is: je zou denken dat een auto comfortabeler is, maar op Mongoolse "wegen" werden we heen en weer geslingerd en stuiterden we tegen het dak. Op de motoren zaten we eigenlijk veel comfortabeler!

Maakte het verschil of je op de motor zat of in een auto, voor hoe de lokale bevolking met jullie omging?
Mariella: Enorm. Op de motor ben je niet zomaar een toerist die door een ruit kijkt, je voelt je een medereiziger. Tegemoetkomende bestuurders knipperden met hun lichten en zwaaiden, en bij elke stop ontstonden spontane gesprekken.
Mijn mooiste herinneringen zijn de kinderen en tieners uit de buurt die met een brede grijns kwamen aanrennen en vroegen of ze op de motor mochten zitten of een stukje mochten rijden. Zo ontstond meteen een band, ook zonder gedeelde taal. In de auto was die magie weg. We werden toeschouwers die van buitenaf toekeken. Op twee wielen is alles dichterbij en persoonlijker.

Wat was het grappigste "dit is toch volkomen absurd"-moment?
Mariella: Toen we in Ulaanbaatar onze gloednieuwe Beta-motoren ophaalden, vertelde de verhuurder terloops dat één motor een elektrisch probleem had waardoor zekeringen doorbrandden. Hun oplossing? Ze gaven ons een zakje met reservezekeringen en wensten ons veel succes. Twee motoren, een zakje zekeringen en de Gobi. (Natuurlijk lieten we dat zakje achter in een hotel en repareerden we de bedrading uiteindelijk onderweg met een stukje draad van een Mongoolse man die ons hielp.)
Dan waren er de nachten in de gers. Heerlijk rustig tot het donker werd. Toen kropen honderden zwarte woestijnkevers uit de vloer, klommen langs de wanden omhoog en lieten zich de hele nacht uit het plafond op onze dekens vallen, met een gestaag klak... klak... klak. De volgende ochtend was elke kever spoorloos verdwenen.
En dan was er nog dat we bij de duinen zonder drinkwater zaten. Via een vertaalapp vroegen we onze gastheer om water. Hij kwam glimlachend knikkend de keuken uit lopen met een roestige, open emmer water. We hebben erom gelachen… tot onze maag een paar uur later verdachte geluiden begon te maken.
Wat leerde deze rit je over je eigen grenzen?
Mariella: Vertrouw op je gevoel en neem op tijd even rust. Je hoeft aan niemand iets te bewijzen.
Ik had weinig offroadervaring voor deze expeditie, dus Mongolië duwde me ver buiten mijn comfortzone. Diep zand waarin de motor onder me alle kanten op slingerde, steile rotsachtige klimmetjes, diepe rivierdoorgangen: elke keer dat ik een lastig stuk tegenkwam, sloop die stem erin: Kan ik dit echt? Ben ik wel sterk genoeg?
Je grootste tegenstander is daar bijna nooit het weer of het terrein, maar je eigen hoofd dat zegt dat je moet opgeven. Elke lastige rivier of zandpiste die ik door kwam, gaf me weer wat meer vertrouwen en maakte die stem zachter. Soms moet je het gewoon proberen. Adem in, laat je schouders zakken en ga.

Welk stuk uitrusting heeft dag in dag uit het hardst voor je gewerkt?
Mariella: Zonder twijfel onze Hurricane 7 rugzakken met de HydraPak-drinkzakken. We hadden ze elke dag om. In de woestijnzon is genoeg drinken een kwestie van veiligheid. Het bijtventiel zat precies onder de helm, zodat we onderweg konden drinken zonder te stoppen. Dat maakte echt een verschil.
Waar heeft jullie bagagesysteem de dag gered?
Mariella: Als fotograaf moet ik mijn camera meteen bij de hand hebben, zeker in Mongolië, waar het landschap elke tien minuten verandert. In onze Sandstorm tanktassen zaten mijn camera en drone, precies tussen mijn armen. Het stof in de Gobi komt echt overal in, maar de tassen hielden alles volledig buiten. Bij de rivierdoorgangen wist ik dat er voor duizenden euro's aan camera-apparatuur kurkdroog bleef. Dat gaf me enorm veel rust.

En het mooiste: we pakten onze soft luggage in Europa in onze duffels voor de vlucht, vlogen naar Ulaanbaatar, sjorden ze direct op de huurmotoren en reden de wildernis in. Stevig genoeg voor woestijnruw gebruik, maar licht en flexibel genoeg om overal ter wereld mee naartoe te vliegen.
Wat heeft Mongolië je gegeven dat je niet had verwacht?
Mariella: Zelfvertrouwen. Veel meer dan ik ooit had verwacht.
Nadat we naar de 4x4 waren overgestapt, vroeg een man uit de buurt ons: "Waren jullie niet doodsbang om helemaal alleen op motoren door Mongolië te reizen?" De vraag overviel me volledig, want die gedachte was nooit bij me opgekomen. Ik was onzeker over mijn rijtechniek, maar nooit over het land of de mensen.
Mongolië gaf me een stevige innerlijke kracht waarvan ik niet wist dat ik ernaar op zoek was.
(Philipps antwoord is een stuk simpeler: kameelknoedels.)
Als je andere rijders één boodschap mee kon geven, wat zou dat zijn?
Mariella: Het begon allemaal met een bocht naar links het asfalt af, en ik zou die bocht zo weer nemen.

Volg de avonturen van Mariella en Philipp op: @framethe.world